ECLI:NL:CRVB:2021:639
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om vrijstelling van arbeidsverplichtingen op grond van onvoldoende medische onderbouwing
Appellant, die sinds 2014 bijstand ontvangt, verzocht het college om vrijstelling van arbeidsverplichtingen op grond van vermeende arbeidsongeschiktheid. Het college vroeg om medische bewijsstukken, maar appellant weigerde deze te overleggen en stelde dat alleen een onafhankelijke arts onderzoek mocht verrichten.
Het college wees het verzoek af omdat appellant geen medische onderbouwing leverde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de bewijslast bij appellant ligt en dat het college niet verplicht was een medisch onderzoek te laten verrichten.
In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad benadrukte dat appellant eerst een begin van bewijs moet leveren voor beperkingen bij arbeidsinschakeling voordat het college tot nader onderzoek overgaat. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om vrijstelling van arbeidsverplichtingen wordt afgewezen wegens het ontbreken van medische onderbouwing.