ECLI:NL:RBROT:2022:311
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijstandsuitkering alleenstaande ouder wegens onduidelijke woonsituatie
Verzoekster heeft een bijstandsuitkering aangevraagd naar de norm voor een alleenstaande ouder. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling omdat verzoekster niet op een gesprek verscheen en er onduidelijkheid bestond over haar feitelijke woonsituatie.
Tijdens de zitting bleek dat verzoekster tegenstrijdige verklaringen had afgelegd over de verblijfplaats van de vader van haar kinderen. Verweerder had waarnemingen verricht waaruit bleek dat de vader regelmatig vroeg in de ochtend het adres van verzoekster verliet, wat niet overeenkwam met haar verklaringen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er onvoldoende duidelijkheid was over de woonsituatie en dat het niet vaststond dat verzoekster recht had op de uitkering. Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onduidelijkheid over de feitelijke woonsituatie van verzoekster.