ECLI:NL:CRVB:2015:20
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- E.C.R. Schut
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
College niet bevoegd om aanvraag bijstand buiten behandeling te stellen na fase onvolledige aanvraag
Appellant diende op 21 november 2011 een aanvraag om bijstand in met terugwerkende kracht vanaf 7 september 2011. Het college verzocht om aanvullende gegevens, waaronder bankafschriften, en waarschuwde dat bij niet-tijdige aanlevering de aanvraag buiten behandeling zou worden gesteld. Appellant leverde bankafschriften en een toelichting, maar het college stelde de aanvraag op 20 januari 2012 buiten behandeling wegens het ontbreken van een schriftelijke verklaring over tank- en pintransacties.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep. De Raad oordeelde dat appellant alle gegevens waarover hij redelijkerwijs kon beschikken had verstrekt en dat het college ten onrechte artikel 4:5 Awb Pro had toegepast. Het verzoek van het college betrof een schriftelijke toelichting, geen objectieve gegevens, en de fase van onvolledige aanvraag was daarmee gepasseerd.
De Raad stelde dat het college in zo'n situatie alleen aanvullende inlichtingen kan vragen, maar niet de aanvraag buiten behandeling mag stellen. De aangevallen uitspraak werd vernietigd, het beroep gegrond verklaard en het besluit van het college vernietigd. Het college kreeg opdracht binnen acht weken een nieuwe inhoudelijke beslissing te nemen. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het college was niet bevoegd de aanvraag buiten behandeling te stellen; het besluit wordt vernietigd en het college moet binnen acht weken een nieuwe inhoudelijke beslissing nemen.