ECLI:NL:RBROT:2022:313
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht Wajonguitkering en termijn van afdwingbaarheid
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een Wajonguitkering en stelt dat hij vanaf zijn 18e verjaardag recht heeft op uitkering. Verweerder heeft vastgesteld dat eiser inderdaad arbeidsongeschikt was vanaf die datum, maar heeft de uitbetaling beperkt tot vijf jaar terugwerkende kracht vanaf de aanvraagdatum in 2019.
De rechtbank overweegt dat er geen bewijs is dat eiser eerder een aanvraag heeft gedaan en dat de tweede aanvraag als herziening van de aanvraag uit 2005 moet worden gezien. Volgens vaste jurisprudentie zijn financiële aanspraken jegens de overheid na vijf jaar niet meer afdwingbaar, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, wat hier niet het geval is.
Eisers beroep wordt ongegrond verklaard. De rechtbank wijst erop dat verweerder de proceskosten en griffierecht moet vergoeden aan eiser vanwege de gedeeltelijke herziening van het eerdere besluit. Het beroep tegen het eerste besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard, terwijl het beroep tegen het tweede besluit wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen het bestreden besluit II ongegrond en bevestigt de terugwerkende kracht van de Wajonguitkering tot vijf jaar voor de aanvraagdatum.