ECLI:NL:RBROT:2022:3198
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt juiste vaststelling WIA-referteperiode ondanks hoorplichtschending
Eiseres werkte jarenlang 40 uur per week als assistent-kok, maar na een bedrijfswissel werkte zij tijdelijk 20 uur per week, wat gevolgen had voor haar WIA-uitkering. Het UWV stelde de referteperiode vast van 1 mei 2018 tot en met 30 april 2019, conform de wettelijke bepalingen, wat resulteerde in een lager dagloon dan bij WW en ZW.
Eiseres betoogde dat het UWV onzorgvuldig handelde door haar niet te horen tijdens het bezwaarproces en dat de referteperiode onjuist was vastgesteld. De rechtbank stelde vast dat het UWV terecht geen afwijking van de referteperiode kon maken, omdat de wetgever geen uitzonderingen toestaat bij het WIA-dagloon.
Hoewel de rechtbank erkent dat de hoorplicht is geschonden omdat niet voldoende is vastgesteld dat eiseres afstand deed van haar recht om gehoord te worden, wordt dit gebrek gepasseerd omdat eiseres in beroep haar standpunten heeft kunnen toelichten. Wel wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €49 aan eiseres. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het UWV moet het griffierecht van €49 vergoeden.