ECLI:NL:CRVB:2016:5121
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat dagloongarantie niet geldt voor WIA-uitkering
Appellant had een WIA-uitkering aangevraagd waarbij het dagloon was vastgesteld op een lager bedrag dan het dagloon waarop hij eerder recht had gehad tijdens zijn WW- en Ziektewet-uitkeringen. Hij maakte bezwaar tegen deze vaststelling, stellende dat de dagloongarantie, die geldt voor WW- en ZW-uitkeringen, ook op zijn WIA-uitkering toegepast zou moeten worden.
De rechtbank Noord-Nederland oordeelde dat het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen de dagloongarantie niet van toepassing verklaart op WIA-uitkeringen en verklaarde het bezwaar ongegrond. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en overwoog dat het gelijkheidsbeginsel niet geschonden is omdat WW- en WIA-gerechtigden niet als gelijke gevallen kunnen worden beschouwd. De wetgever heeft bewust gekozen om geen dagloongarantie voor WIA-dagloon te regelen. Ook het loondervingsprincipe wordt niet aangetast omdat het UWV rekening heeft gehouden met het loon en de uitkeringen in het refertejaar.
Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de dagloonvaststelling voor de WIA-uitkering bevestigd.