ECLI:NL:RBROT:2022:3234
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens niet volgemaakte wachttijd van 104 weken
Eiseres werkte tot november 2019 als kantoormedewerker en was sinds eind 2018 ziek gemeld na een ongeval. Zij ontving een Ziektewetuitkering en vroeg in september 2020 een WIA-uitkering aan. Het UWV wees deze af omdat eiseres volgens een hersteldverklaring op 29 oktober 2020 niet langer ziek was en de vereiste wachttijd van 104 weken niet was voltooid.
Eiseres maakte bezwaar tegen deze afwijzing, stellende dat zij nog steeds ernstige medische klachten heeft en dat het bezwaar ook had moeten gelden tegen de hersteldverklaring. De rechtbank oordeelt dat het bezwaar niet tijdig was ingediend tegen de hersteldverklaring en dat het UWV terecht het bezwaar niet als zodanig heeft opgevat.
De rechtbank toetst de medische situatie aan de hand van rapporten van verzekeringsartsen en concludeert dat de beperkingen van eiseres geen aanleiding geven om te veronderstellen dat zij de wachttijd heeft voltooid. Ook het ingebrachte GGD-rapport na de datum in geschil biedt geen steun. De afwijzing van de WIA-uitkering wordt daarom bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.