Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 31 januari 2022;
- het verweerschrift op het zelfstandig verzoek met bijlagen van 17 maart 2022.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), vertegenwoordigd door [naam vertegenwoordiger] .
2..De vaststaande feiten
3..De beoordeling
orgregeling, informatie- en consultatieregeling
- betrokkenheid en begeleiding door het Jeugd Ondersteuningsteam van de gemeente Nissewaard (hierna: het JOT);
- de training van Alles Kidzzz;
- begeleiding voor dyslexie;
- behandeling bij de Praktijk voor Kinder- en Jeugdpsychiatrie (PKJP);
- behandeling en begeleiding bij de Genderpoli van het VUMC in Amsterdam.
- de man heeft nogmaals zijn toestemming verleend voor de hulpverlening van het JOT. Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling afgesproken dat zij dit traject opnieuw zullen starten;
- de man heeft onweersproken gesteld dat de training van Alles Kidzzz reeds is afgerond;
- tussen partijen is niet in geschil dat de begeleiding voor dyslexie is gestopt door de begeleider vanwege de hoeveelheid aan betrokken hulpverleners;
- uit de brief van het PKJP van 23 maart 2022 blijkt dat zij eerst adviseert om te starten met het hulpverleningstraject Kinderen uit de Knel of Enver Scheiding en Omgang met als doel te werken aan het creëren van rust in het gezinssysteem in het belang van de minderjarige. Indien nodig kan daarna psychologische hulp voor de minderjarige worden ingezet;
- elke dinsdag van circa 17:00 uur tot 19:00 uur;
- elke donderdag uit school tot vrijdag naar school;
- een weekend per veertien dagen van vrijdag uit school tot maandag naar school;
- de eerste drie weken van de zomervakantie en de eerste week van de kerstvakantie;
- tijdens Vaderdag, de verjaardag van de man en de verjaardag van de minderjarige om en om.
- Welke zorgregeling komt het meest tegemoet aan het belang van de minderjarige?
- Hoe dient de regeling qua aard, duur en frequentie vorm gegeven te worden?
- Welke andere feiten en/of omstandigheden die uit het onderzoek zijn gekomen, zijn niet in voorgaande vragen aan de orde gesteld en zijn wel van belang om in het advies te vermelden?
4..De beslissing
1 februari 2023 PRO FORMA.