De rechtbank Rotterdam heeft op 30 maart 2022 een beschikking gegeven tot ondertoezichtstelling van een minderjarige voor de duur van twaalf maanden. Dit volgt op een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming vanwege aanhoudende spanningen en conflicten tussen de ouders sinds hun echtscheiding in 2019, die een negatieve invloed hebben op de ontwikkeling van het kind.
De minderjarige woont bij de moeder en heeft sinds de scheiding geen contact meer met de vader, tegen wie zij een negatief vaderbeeld heeft ontwikkeld. Ondanks vrijwillige interventies en hulpverlening is de situatie niet verbeterd; de minderjarige toont terugtrekgedrag, boosheid en gevoelens van angst en onveiligheid. Daarnaast spelen beschuldigingen van huiselijk geweld en een inmiddels geseponeerde aangifte van zedelijke handelingen een rol.
De kinderrechter acht gedwongen hulpverlening noodzakelijk om de minderjarige te ondersteunen in haar persoonlijke ontwikkeling en om inzicht te krijgen in de mogelijkheden van beide ouders om haar hierin te begeleiden. Contactherstel met de vader is van secundair belang. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.