ECLI:NL:RBROT:2022:3432
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Eiseres was werkzaam als medewerker housekeeping en viel uit sinds november 2015. Na een herbeoordeling door een primaire arts en een arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is, waardoor haar WIA-uitkering per 22 februari 2021 werd beëindigd. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, onder meer omdat zij niet fysiek werd onderzocht door een verzekeringsarts. Tevens voerde zij aan dat zij meer beperkingen heeft dan vastgesteld en dat de geduide functies niet passend zijn.
De rechtbank overweegt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is verricht, mede omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep gemotiveerd heeft toegelicht dat een fysiek spreekuurcontact geen toegevoegde waarde had. De rechtbank volgt de verzekeringsarts in zijn oordeel dat de beperkingen van eiseres correct zijn vastgesteld en dat de geduide functies passend zijn. De ervaren klachten en diagnoses die eiseres aanvoert, leiden niet tot een ander oordeel omdat deze niet objectief medisch onderbouwd zijn op de datum in geding.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is en derhalve geen recht meer heeft op een WIA-uitkering. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beëindiging van haar WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.