ECLI:NL:CRVB:2009:BK4600
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, die sinds 1998 een WAO-uitkering ontvangt wegens arbeidsongeschiktheid, werd in 2006 geconfronteerd met een herzieningsbesluit van het UWV waarbij zijn uitkering werd ingetrokken. Dit besluit was gebaseerd op een medisch onderzoek door een arts die niet geregistreerd was als verzekeringsarts. Appellant maakte bezwaar, waarbij werd vastgesteld dat het bezwaaronderzoek uitsluitend op dossieronderzoek was gebaseerd en appellant niet was opgeroepen voor een medisch onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat het primaire medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was uitgevoerd. De Raad stelde dat een niet-geregistreerde arts niet kan waarborgen dat het onderzoek van voldoende kwaliteit is en dat het UWV had moeten zorgen voor een aanvullend medisch onderzoek door een bezwaarverzekeringsarts.
Daarnaast oordeelde de Raad dat het UWV niet de relevante stukken met betrekking tot de latere herziening van de WAO-uitkering had overgelegd, waardoor onduidelijk bleef op welke gegevens die beslissing was gebaseerd. De Raad vernietigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak en bepaalde dat het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen, met inachtneming van de overwegingen van de Raad.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldig medisch onderzoek en ontbrekende stukken; het UWV moet een nieuwe beslissing nemen.