ECLI:NL:RBROT:2022:388
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verlenging inburgeringstermijn wegens te late indiening
Eiseres is sinds december 2013 inburgeringsplichtig en heeft meerdere malen niet tijdig aan haar inburgeringsplicht voldaan, wat heeft geleid tot boetes en verlengingen van de inburgeringstermijn. Zij verzocht op 28 oktober 2019 om verlenging van de inburgeringstermijn vanwege medische omstandigheden en analfabetisme. Verweerder wees dit verzoek af omdat het besluit waarin de initiële termijn werd vastgesteld onherroepelijk was geworden.
De rechtbank overweegt dat het verzoek tot verlenging uiterlijk vóór 3 november 2017 had moeten worden ingediend, omdat het besluit van 26 april 2017 onherroepelijk is geworden. Argumenten over medische omstandigheden en analfabetisme kunnen niet leiden tot een latere verlenging. De rechtbank wijst het beroep af en gaat niet in op de gronden tegen de boetes of het niet in behandeling nemen van de ontheffingsaanvraag, omdat deze besluiten onherroepelijk zijn.
De rechtbank verwijst naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die bevestigt dat een verlengingsverzoek niet kan worden ingediend na onherroepelijkheid van het initiële besluit. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot verlenging van de inburgeringstermijn wordt ongegrond verklaard vanwege te late indiening.