ECLI:NL:RBROT:2022:4058
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verhoging toeslag bovenop IOW-uitkering wegens bruto sociaal minimum
Eiser heeft een toeslag bovenop zijn IOW-uitkering aangevraagd en deze werd toegekend omdat zijn totale gezinsinkomen lager was dan het sociaal minimum. Verweerder heeft echter vastgesteld dat het bruto gezinsinkomen van eiser gelijk is aan het sociaal minimum, waardoor geen recht op verhoging van de toeslag bestaat. De rechtbank heeft beoordeeld dat het recht op toeslag wordt vastgesteld op basis van brutobedragen, conform de toepasselijke wet- en regelgeving en jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep.
Eiser stelde dat hij en zijn partner onevenredig zwaar worden getroffen door het wegvallen van de algemene heffingskorting en dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn belangen. De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn om te concluderen dat het besluit onevenredig zwaar uitpakt, mede omdat de regeling voor een bredere groep geldt en de wet geen ruimte biedt voor een belangenafweging in dit geval.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek tot verhoging van de toeslag af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter N. Boonstra op 25 mei 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verhoging van de toeslag bovenop de IOW-uitkering wordt ongegrond verklaard.