Stichting Havensteder vordert ontbinding van de huurovereenkomst met [persoon A] wegens een aanzienlijke huurachterstand van € 8.540,90 over de periode december 2019 tot en met mei 2022. Tevens vordert zij betaling van de huurachterstand, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.
[Persoon A] is sinds 4 maart 2022 onder bewind gesteld en vertegenwoordigd door een bewindvoerder. De kantonrechter betrekt de bewindvoerder in het geding. Hoewel de huurachterstand onbetwist is, weegt de kantonrechter het belang van de huurder zwaarder en wijst de vordering tot ontbinding af. Dit vanwege het niet naleven door Stichting Havensteder van haar verplichtingen uit het Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening, waardoor vroegsignalering en schuldhulpverlening niet effectief konden plaatsvinden.
De kantonrechter overweegt dat de huurder inmiddels onder bewind staat, haar schulden in kaart worden gebracht en een minnelijke regeling wordt nagestreefd. Daarnaast is de huurder zwanger en heeft zij geen alternatieve woonruimte. De vordering tot betaling van de huurachterstand, wettelijke rente en incassokosten wordt wel toegewezen. De proceskosten worden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.