ECLI:NL:RBROT:2022:4127
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling proceskostenvergoeding en hoorplicht bij WOZ-beschikkingen
Eiseres, eigenaar van meerdere onroerende zaken, maakte bezwaar tegen WOZ-beschikkingen en bijbehorende aanslagen voor 2021. Verweerder vernietigde het bezwaar en kende een proceskostenvergoeding van €265,- toe. Eiseres betwistte deze vergoeding en stelde dat een hogere wegingsfactor toegepast had moeten worden en dat zij ten onrechte niet was gehoord in bezwaar.
De rechtbank overwoog dat volgens vaste jurisprudentie geen hoorplicht bestaat voor proceskostenvergoedingen indien het bezwaar volledig wordt toegewezen. Ook werd geoordeeld dat het bezwaar tegen meerdere aanslagen op één biljet als één bezwaar wordt beschouwd, waardoor een wegingsfactor van 1 passend is. De algemene en niet-gespecificeerde bezwaargronden rechtvaardigen geen hogere vergoeding.
Daarnaast wees de rechtbank het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de termijn nog niet was verstreken. Het beroep van eiseres werd derhalve ongegrond verklaard en het verzoek om een hogere proceskostenvergoeding en schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de proceskostenvergoeding blijft vastgesteld op €265,- zonder toekenning van schadevergoeding.