ECLI:NL:RBROT:2022:4236
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens vondst harddrugs en drugshandel
Eiser was huurder van een woning waar op 2 februari 2021 door de politie 460 gram cocaïne, versnijdingsmiddelen en attributen voor drugshandel werden aangetroffen. Verweerder, de burgemeester van Rotterdam, legde op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang op door de woning voor zes maanden te sluiten.
Eiser stelde dat de sluiting onzorgvuldig, onvoldoende gemotiveerd en onevenredig was. De rechtbank oordeelde dat de hoeveelheid harddrugs ruim boven de grens van 0,5 gram lag, wat duidt op aanwezigheid met de bestemming verkoop of verstrekking. De strafrechtelijke vrijspraak van eiser voor bezit van harddrugs deed hieraan niet af omdat bestuursrecht andere bewijsregels hanteert.
De rechtbank vond de sluiting noodzakelijk ter bescherming van het woon- en leefklimaat en het herstel van de openbare orde, mede vanwege de ligging van de woning in een kwetsbare wijk en de professionaliteit van de drugshandel. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank achtte de maatregel ook evenredig. Eiser kon een verwijt worden gemaakt omdat hij als enige bewoner op het adres stond ingeschreven en op de hoogte was van de drugs. Er waren geen bijzondere omstandigheden die de sluiting onevenredig maakten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de sluiting van de woning voor zes maanden wegens de vondst van harddrugs en drugshandel.