ECLI:NL:RBROT:2022:4237
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit sluiting woning wegens onvoldoende motivering onevenredigheid
Eiser ontving een last onder bestuursdwang tot sluiting van zijn woning voor zes maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet wegens aantreffen van een handelshoeveelheid harddrugs en aanverwante middelen. De burgemeester van Rotterdam handhaafde dit besluit na bezwaar, waarna eiser beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat verweerder bevoegd was tot sluiting vanwege de ernst van de overtreding en het belang van het woon- en leefklimaat. Desondanks is de sluiting evenredig en zorgvuldig gemotiveerd volgens de rechtbank onvoldoende. Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met de kwetsbaarheid van eiser, het ontbreken van verwijtbaarheid en de financiële gevolgen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de belangen van eiser beter moeten worden meegewogen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot sluiting van de woning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de onevenredigheid.