ECLI:NL:RBROT:2022:434
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-erkende huwelijksontbinding door verstoting uit Marokko in Nederlandse BRP
Eiser, die in Marokko gehuwd was, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om de ontbinding van zijn huwelijk, tot stand gekomen via een verstotingsprocedure in Marokko, te registreren in de Nederlandse basisregistratie personen (BRP). Het college weigerde dit, stellende dat de ontbinding niet door een rechterlijke beslissing tot stand was gekomen en daarom niet erkend kon worden op grond van het Nederlandse recht.
De rechtbank overwoog dat de procedure in Marokko kwalificeert als een huwelijksontbinding door verstoting, niet door echtscheiding, en dat de ontbinding niet het gevolg was van een rechterlijke beslissing maar van een eenzijdige verklaring van eiser. Hierdoor valt de ontbinding niet onder artikel 10:57 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW), dat erkenning vereist van een rechterlijke beslissing.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die bevestigen dat erkenning van buitenlandse huwelijksontbindingen door verstoting alleen mogelijk is indien deze via rechterlijke beslissing tot stand komen. Aangezien dat hier niet het geval was en de ontbinding ook niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 10:58 BW Pro, werd de weigering tot registratie in de BRP bevestigd.
Eisers beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot registratie afgewezen. De rechtbank wees ook het standpunt van eiser af dat het huwelijk nietig zou zijn wegens ontbinding voor consummatie, omdat dit niet was onderbouwd met Marokkaanse rechtsregels of stukken.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt dat de in Marokko tot stand gekomen huwelijksontbinding door verstoting niet erkend wordt in Nederland en dat registratie in de BRP terecht is geweigerd.