In deze kortgedingprocedure vordert Stichting Vestia de ontruiming van een woning vanwege de vondst van handelshoeveelheden drugs in het gehuurde. De woning is op grond van de Opiumwet voor drie maanden gesloten door de burgemeester. Vestia stelt dat de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden kan worden en eist ontruiming.
De kantonrechter oordeelt dat hoewel de sluiting van de woning de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt, de belangenafweging en proportionaliteitstoets een terughoudende benadering vereisen. De hoeveelheid drugs is gering en valt in de laagste categorie, er is geen sprake van strafvervolging en de huurder woont al ruim acht jaar in de woning.
Daarom is het niet zonder meer aannemelijk dat de bodemrechter de buitengerechtelijke ontbinding zal bevestigen. Het spoedeisend belang van Vestia weegt niet zwaarder dan het belang van de huurder om de bezwaarprocedure af te wachten. De vordering tot ontruiming wordt afgewezen en Vestia wordt veroordeeld in de proceskosten.