ECLI:NL:RBROT:2022:4697
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Besluit uitkering ex-werknemer moet aan werkgever worden bekendgemaakt voor tijdig bezwaar
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzet en beroep van opposante tegen het niet-ontvankelijk verklaren van haar bezwaar tegen een uitkeringsbesluit van het UWV. Verweerder had het bezwaar niet inhoudelijk behandeld omdat het te laat zou zijn ingediend. De rechtbank stelde vast dat het primaire besluit niet aan opposante was bekendgemaakt op het juiste adres, waardoor de bezwaartermijn niet correct was berekend.
Op basis van jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep geldt dat een besluit over een uitkering van een ex-werknemer ook aan de werkgever moet worden bekendgemaakt, omdat dit invloed heeft op de premie die de werkgever betaalt. De bezwaartermijn vangt dan aan op de dag na de juiste bekendmaking aan de werkgever en bedraagt zes weken.
De rechtbank concludeerde dat opposante het bezwaar binnen die termijn had ingediend en dat verweerder het bezwaar daarom inhoudelijk had moeten behandelen. Het eerdere vonnis dat het beroep ongegrond verklaarde werd vernietigd, het verzet gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Verweerder moet een nieuw besluit nemen en de proceskosten en griffierecht aan opposante vergoeden.
De uitspraak werd mondeling gedaan op 9 juni 2022 door rechter E. Lunenberg, met griffier H. Sabanovic aanwezig. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het bezwaar van opposante was tijdig ingediend, het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen.