ECLI:NL:CRVB:2021:969
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.J.M. Weyers
- J.T.H. Zimmerman
- F.M. Rijnbeek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep werkgever niet-ontvankelijk; loondoorbetalingsplicht werkgever bevestigd
De zaak betreft een geschil over de loondoorbetalingsplicht van de werkgever jegens de werknemer die sinds 1 oktober 2001 als verkoopadviseur werkzaam is en sinds 18 maart 2013 gezondheidsklachten heeft. Na een eerdere periode van arbeidsongeschiktheid en gedeeltelijke werkhervatting, is de werknemer op 22 september 2017 opnieuw ziek gemeld met toegenomen klachten. Het UWV heeft bij besluit van 3 januari 2018 een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend, waarbij de inkomsten uit arbeid op de uitkering in mindering zijn gebracht.
De werkgever heeft geen bezwaar gemaakt tegen de primaire besluiten en geen beroep ingesteld tegen het bestreden besluit, maar heeft als derde belanghebbende deelgenomen aan de procedure. De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep van de werkgever niet-ontvankelijk omdat deze handelwijze de werkgever redelijkerwijs niet kan worden verweten.
De Raad bevestigt dat de werkgever op grond van artikel 7:629 BW Pro gehouden is het loon gedurende 104 weken door te betalen vanaf 22 september 2017, omdat de werknemer na een periode van volledige werkhervatting van meer dan vier weken opnieuw is uitgevallen. Dit leidt tot een nieuwe loondoorbetalingsperiode, ongeacht dat de werknemer een WGA-uitkering ontvangt zonder nieuwe wachttijd.
De Raad oordeelt dat het UWV terecht de inkomsten uit arbeid heeft verrekend met de WGA-uitkering en wijst het hoger beroep van de werknemer af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de werkgever is niet-ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit is bevestigd.