Bij besluit van 19 mei 2022 legde de burgemeester van Rotterdam een huisverbod op aan eiser wegens een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van personen in de woning. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening, welke later werd ingetrokken.
De rechtbank oordeelde dat het huisverbod voldoende was gemotiveerd, met name op basis van verklaringen van de achterblijvers en getuigen, politieverklaringen, foto’s van letsel, en medische meldingen. Hoewel eiser het gebeurde betwistte, was het aannemelijk dat er gevaar bestond.
De rechtbank stelde vast dat verweerder bevoegd was het huisverbod op te leggen en dat dit in redelijkheid is gedaan, waarbij het belang van de veiligheid van de achterblijvers zwaarder woog dan het belang van eiser. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenveroordeling afgewezen.