ECLI:NL:RVS:2023:4781
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen huisverbod burgemeester Rotterdam wegens bedreiging en mishandeling
Op 19 mei 2022 legde de burgemeester van Rotterdam aan appellant een huisverbod op wegens een incident waarbij appellant zijn echtgenote zou hebben mishandeld en bedreigd met een mes. De burgemeester verlengde het huisverbod met achttien dagen omdat de situatie nog niet gestabiliseerd was. De rechtbank Rotterdam oordeelde op 30 mei 2022 dat de burgemeester bevoegd was het huisverbod op te leggen en op 3 juni 2022 dat de verlenging terecht was.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank onterecht uitspraak deed terwijl hij zijn verzoek tot voorlopige voorziening had ingetrokken. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank de zitting niet had mogen laten doorgaan en vernietigde de uitspraak van 30 mei 2022. Vervolgens beoordeelde de Afdeling het huisverbod inhoudelijk en concludeerde dat de burgemeester terecht aannam dat er een ernstig en onmiddellijk gevaar bestond voor de veiligheid van de echtgenote en kinderen.
De Afdeling verwierp het betoog van appellant dat het huisverbod niet zorgvuldig was voorbereid of gemotiveerd en dat het huisverbod niet langer nodig was. Het hoger beroep tegen de uitspraak van 3 juni 2022 werd niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant geen gronden aanvoerde. De Afdeling veroordeelde de burgemeester tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank over het huisverbod wordt vernietigd, het beroep tegen het huisverbod wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep tegen de verlenging is niet-ontvankelijk.