Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 287a Faillissementswet om een schuldeiser te dwingen in te stemmen met een aangeboden schuldregeling. Deze regeling voorziet in een betaling van 13,44% van de totale schuldenlast aan de concurrente schuldeisers, gefinancierd door een saneringskrediet. Vier van de vijf schuldeisers gingen akkoord, één schuldeiser, met een vordering van 45% van de totale schuld, weigerde.
De rechtbank stelde vast dat verzoeker wegens medische redenen ontheven is van sollicitatieplicht en slechts vrijwilligerswerk verricht, waardoor zijn afloscapaciteit beperkt is. Het voorstel is getoetst door een onafhankelijke partij en goed onderbouwd. De rechtbank oordeelde dat de belangen van verzoeker en de meerderheid van schuldeisers zwaarder wegen dan die van de weigeraar.
Daarom werd de schuldeiser bevolen in te stemmen met de schuldregeling. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen omdat de aangeboden regeling gunstiger is voor schuldeisers. De schuldeiser werd veroordeeld in de proceskosten, begroot op nihil. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.