De huurder huurt sinds mei 2021 een woning en heeft een huurachterstand opgebouwd die bij de mondelinge behandeling was opgelopen tot €17.940,-, gelijk aan een jaar huur. De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming, betaling van achterstallige huur, rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.
De kantonrechter overweegt dat een huurachterstand van meer dan drie maanden meestal voldoende is voor ontbinding, en dat de omstandigheden in deze zaak, waaronder het ontbreken van een betaling door een derde en het niet aanvoeren van zwaarwegende belangen door de huurder, ontbinding en ontruiming rechtvaardigen.
Partijen bereikten tijdens de zitting een schikking waarbij de huurder de lopende huur vanaf 1 mei 2022 strikt moet betalen en uiterlijk 1 juni 2022 het totale bedrag van €18.440,- aan hoofdsom, rente en proceskosten moet voldoen. Bij niet-nakoming volgt ontbinding en ontruiming binnen veertien dagen na betekening. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens niet-naleving van wettelijke vereisten.
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de huurder wordt veroordeeld in de proceskosten. De ontruimingstermijn is vastgesteld op veertien dagen na betekening van het vonnis, en de huurder moet de huur blijven betalen tot de woning daadwerkelijk is verlaten.