ECLI:NL:RBROT:2022:5326
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen woningsluiting wegens Opiumwet-overtreding
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen een besluit tot sluiting van een woning voor drie maanden vanwege overtreding van de Opiumwet. De woning werd gesloten nadat de politie een instap deed en diverse drugsgerelateerde goederen aantrof, en acht personen werden aangehouden op verdenking van harddrugsproductie.
Verzoeker huurt de woning sinds april 2022 en betwist de noodzaak van de sluiting. Hij wijst op het ontbreken van overlastmeldingen, de ligging van de woning buiten een kwetsbare wijk en het tijdsverloop van drie maanden tussen politie-inval en sluitingsbesluit. Ook stelt hij dat hij niets met de overtreding te maken heeft en vreest dakloos te worden.
De voorzieningenrechter erkent de ernst van de situatie en het belang van het herstel van de openbare orde en een veilig woon- en leefklimaat. Hoewel verweerder onvoldoende aandacht heeft besteed aan de gevolgen voor verzoeker, weegt het belang van de openbare orde zwaarder. Verzoeker huurt in de vrije sector en kan naar verwachting snel een andere woning vinden. Daarom wordt het verzoek afgewezen en mag de woning worden gesloten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.