AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Boetes wegens overtreding reclameverbod Tabaks- en rookwarenwet gematigd wegens rechtszekerheids- en evenredigheidsbeginsel
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van een tabaksfabrikant tegen een bestuurlijke boete wegens overtreding van het reclameverbod in de Tabaks- en rookwarenwet (Trw). De boete was opgelegd vanwege afspraken met wederverkopers die als verkoopbevorderende handelingen werden aangemerkt. De rechtbank bevestigde dat de afspraken onder het ruime begrip van reclame vallen, ook al betreft het geen publieke aanprijzing, en dat deze niet onder de uitzonderingen van het verbod vallen.
De rechtbank toetste het begrip reclame aan de wetstekst, parlementaire geschiedenis, het WHO-Kaderverdrag en de Richtsnoeren, en concludeerde dat het reclamebegrip allesomvattend is en ook commerciële afspraken met wederverkopers omvat. De fabrikant voerde onder meer aan dat het lex certa-beginsel werd geschonden en dat de boete disproportioneel was. De rechtbank verwierp deze bezwaren, maar oordeelde dat de late handhaving sinds 2018 en het gebrek aan eerdere duidelijkheid aanleiding geven tot een forse matiging van de boete.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en stelde de boete vast op € 1.687,50, een matiging tot 25% van het oorspronkelijke bedrag. Tevens veroordeelde zij verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Het beroep werd gegrond verklaard, waarmee de boete aanzienlijk werd verlaagd vanwege rechtszekerheids- en evenredigheidsbeginsel.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van het reclameverbod wordt gematigd tot € 1.687,50 en het beroep wordt gegrond verklaard.
Voetnoten
1.Onder andere de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 23 februari 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:574) en van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 1 april 2021 (ECLI:NL:CRVB:2021:752). 2.Rapport van bevindingen van 10 december 2019 met nummer [rapportnummer] .
3.Staatsblad 2002, 201. Inwerkingtreding Staatsblad 2002, 362.
4.Tweede Kamer, vergaderjaar 2000-2001, 26 472, nr. 7, pagina 19.
5.Tweede Kamer, vergaderjaar 2000-2001, 26 472, nr. 7, pagina 16 en Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 504, nr. 8, pagina 2.
6.Bijvoorbeeld de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) van 26 oktober 2021 (ECLI:NL:CBB:2021:960). 7.WHO Framework Convention on Tobacco Control (FCTC).
8.Guidelines for implementation of article 13 of the FCTC.
9.Elaboration of guidelines for implementation of Article 13 of the Convention.
10.Staten-Generaal, vergaderjaar 2004–2005, 29 927, A en nr. 1.
11.Tweede Kamer, vergaderjaar 2000-2001, 26 472, nr. 7, pagina 22.
12.Tweede Kamer, vergaderjaar 1998-1999, 26 472, nr. 3, pagina 2.
13.[naam 6] , [naam 7] en [naam 8] , De kracht van het schap: Nieuwe academische inzichten over de invloed van het supermarktschap, 2010, University of Groningen EFMI Business School.
14.[naam 9] , [naam 10] en [naam 11] , 2022, www.tobaccocontrol.bmj.com.
15.[naam 12] , [naam 13] , [naam 14] , [naam 15] , Points of sale of tobacco products, Synthesis of scientific and practice-based knowledge on the impact of reducing the number of points of sale and restrictions on tobacco product displays, 2014, Trimbos Institute, Netherlands Institute for Mental Health and Addiction Netherlands Expertise centre for Tobacco control, zoals genoemd in de nota van toelichting bij het Besluit van 20 september 2019 (Stb 2019, 308).
16.Artikel 5, zesde lid, aanhef en onder a, van de Trw.
22.Factsheet "Verkoopbonussen tabaksspeciaalzaken 2019".
23.Vergelijk de uitspraak van het HvJ EU van 8 maart 2001, C-405/98.
24.Boetebesluit van 16 november 2018.
25.Tweede Kamer, vergaderjaar 2000-2001, 26 472, nr. 7, pagina 15.
26.Tweede Kamer, vergaderjaar 2000-2001, 26 472, nr. 7, pagina 13.