De vrouw verzocht de rechtbank om vervangende toestemming om met de minderjarige naar Almere te verhuizen en haar in te schrijven op een basisschool aldaar. De man, die gezamenlijk gezag heeft, gaf geen toestemming. De rechtbank weegt het belang van de minderjarige voorop en constateert dat de situatie rondom de minderjarige onrustig is, met betrokkenheid van Veilig Thuis en zorgen over schoolverzuim en opvoeding.
De rechtbank oordeelt dat de verhuizing niet in het belang van de minderjarige is, mede vanwege de afstand, het ontbreken van een rijbewijs bij de vrouw, en het verlies van de doordeweekse betrokkenheid van de man. Ook acht zij de voorgestelde compensatieregeling niet realistisch. Daarom wordt het verzoek tot vervangende toestemming voor verhuizing en inschrijving afgewezen.
Verder verzoekt de man om vaststelling van de hoofdverblijfplaats bij hem en een zorgregeling. De rechtbank acht de situatie veranderd sinds eerdere beslissingen en gelast een onderzoek door de raad voor de kinderbescherming naar de hoofdverblijfplaats en zorgregeling. Een beslissing hierover wordt aangehouden tot 1 april 2023. Proceskosten worden nog niet toegewezen.