ECLI:NL:RBROT:2022:5428
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens onvoldoende bewijs drugshandel
Eiser werd op 15 juni 2021 in Dordrecht in een auto met een vrouw aangetroffen met een kleine hoeveelheid drugs op zijn lichaam. Verweerder legde een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 2:74 van Pro de APV, gebaseerd op antecedenten en ervaringsfeiten die zouden wijzen op drugshandel.
Eiser betoogde dat hij de drugs voor eigen gebruik had en de vrouw troostte, zonder aanwijzingen voor een drugstransactie. De rechtbank oordeelde dat verweerder te zeer steunde op algemene ervaringsfeiten en te weinig op concrete omstandigheden. De hoeveelheid drugs en de antecedenten waren onvoldoende om het kennelijke doel van drugshandel aan te nemen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, en veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Hiermee werd de last onder dwangsom ongeldig verklaard wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De last onder dwangsom wegens overtreding van artikel 2:74 APV is vernietigd wegens onvoldoende bewijs van drugshandel.