ECLI:NL:RVS:2022:400
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens drugsverkoop in Burgemeester In ‘t Veldpark
Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad legde appellant op 5 juni 2019 een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 2:74 van Pro de Algemene plaatselijke verordening Zaanstad 2013, dat het verbiedt om op of aan de weg post te vatten met het kennelijke doel om drugs te verhandelen. De overtreding vond plaats op 22 februari 2019 in het Burgemeester In ‘t Veldpark te Zaandam, vastgesteld in een bestuurlijke rapportage van 28 februari 2019.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde de last onder dwangsom. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State, die ambtshalve het bevoegdheidsgebrek constateerde omdat het college het besluit nam in plaats van de burgemeester, maar dit gebrek werd hersteld met een bekrachtiging door de burgemeester op 11 november 2021.
De Raad van State oordeelde dat de burgemeester bevoegd was om de last op te leggen omdat het doel van de maatregel het herstellen en bewaren van de openbare orde betreft. De bestuurlijke rapportage was betrouwbaar en voldoende onderbouwing voor de kennelijke bedoeling tot drugsverkoop. De last onder dwangsom is een herstelsanctie en geen strafrechtelijke maatregel, en de hoogte van de dwangsom is proportioneel. De aangevoerde schendingen van grondrechten en internationale verdragen werden niet gegrond bevonden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd, en de burgemeester werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom wordt bevestigd.