De zaak betreft de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die momenteel in een pleeggezin verblijft. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en heeft ingestemd met de verlenging, hoewel zij de voorkeur geeft aan terugplaatsing. De kinderrechter heeft de zaak op 9 juni 2022 behandeld met gesloten deuren.
De minderjarige is onder toezicht gesteld tot 20 juli 2022 en de uithuisplaatsing was reeds verlengd tot 20 juni 2022. De gecertificeerde instelling (GI) verzoekt verlenging van de uithuisplaatsing tot 26 oktober 2022, maar de rechter verlengt deze slechts tot het einde van de ondertoezichtstelling. De moeder is aangemeld bij Ipse de Bruggen voor hulpverlening, waarvan de uitslag van een IQ-onderzoek op 4 juli wordt verwacht. Dit onderzoek is cruciaal voor het bepalen van het hulpverleningstraject.
De omgang tussen moeder en minderjarige verloopt goed en wordt geadviseerd uit te breiden. De minderjarige zal naar verwachting eind juli worden overgeplaatst naar een tante. De kinderrechter acht verlenging noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding, maar houdt het resterende verzoek aan tot gelijktijdige behandeling met de ondertoezichtstelling. De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk vastgesteld op 16 juni 2022.