Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres], uit [woonplaats eiseres], eiseres
Procesverloop
Wat er aan deze procedure voorafging
Wat eiseres vindt
Waarover het gaat in deze zaak
Wat de rechtbank vindt
.De rechtbank vindt dat het UWV terecht heeft beslist dat eiseres op 1 januari 2021 voor minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dus geen recht heeft op een WIA-uitkering. De rechtbank zal dat uitleggen.
.De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft alle klachten van eiseres en de informatie van de behandelaars betrokken in haar beoordeling. Gelet op deze onderzoeksactiviteiten is de rechtbank van oordeel dat het medische rapport zorgvuldig tot stand is gekomen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft bovendien eenduidig, inzichtelijk en zonder tegenstrijdigheden uitgelegd hoe haar beoordeling tot stand is gekomen. Dat betekent dat het rapport aan de drie voorwaarden voldoet.
.In het aanvullend rapport van 11 april 2022 is de verzekeringsarts bezwaar en beroep ingegaan op het rapport van de medisch adviseur. Ten aanzien van de psychische klachten heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep overwogen dat het erop lijkt dat de medisch adviseur beperkingen heeft aangenomen alleen op basis van haar actuele bevindingen en haar eigen onderzoek naar de psyche. Dit betreft echter de situatie ruim een jaar na datum in geding. De verzekeringsarts bezwaar en beroep neemt daarbij in aanmerking dat de medisch adviseur wel de bevindingen uit het huisartsenjournaal vermeldt, maar slechts de informatie tot 2019, terwijl er ook informatie uit 2020 is. Destijds concludeerde de huisarts dat er geen sprake is van een depressieve episode, maar overbelasting door tegenslagen. Verder ziet de verzekeringsarts bezwaar en beroep een tegenstrijdigheid in de beoordeling, nu eiseres ondanks het gesteld gebrek aan initiatief wel begonnen is aan een nieuwe baan en de depressieve klachten haar kennelijk niet belemmeren dit nieuwe werk op te pakken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep komt dan ook tot de conclusie dat er geen medische basis is voor het aannemen van ernstiger psychische klachten op de datum in geding. Wat betreft de darmklachten is de verzekeringsarts bezwaar en beroep van mening dat de medisch adviseur de beperkingen baseert op de situatie van ruim een jaar na de datum in geding. Ten aanzien van de energetische problematiek stelt de verzekeringsarts bezwaar en beroep het volgende. Voor een urenbeperking op grond van de psychische klachten is geen plaats nu geen sprake is van ernstige psychische klachten op de datum in geding. Voor een urenbeperking op grond van chronische pijnklacht bestaat ook geen aanleiding, omdat er niet blijkt dat er sprake is van een noodzakelijke recuperatiebehoefte.