De rechtbank Rotterdam behandelde op 11 juli 2022 het verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, die sinds 2018 onder toezicht staan. De kinderen wonen bij de moeder, het ouderlijk gezag wordt door beide ouders uitgeoefend. De GI had de zaak overgenomen na een moeizame samenwerking met de vorige GI en benadrukte de noodzaak van verlenging om een parallel solo ouderschap traject te kunnen starten en monitoren.
De moeder en vader hadden verschillende standpunten over het verzoek. De moeder stelde dat de doelen uit het NIFP-rapport behaald zijn en dat het traject ook vrijwillig kan worden voortgezet, terwijl de vader vond dat de GI toezicht moet houden op het behalen van alle adviezen, waaronder uitbreiding van omgang. De rechtbank constateerde dat de kinderen goed functioneren en gehecht zijn aan beide ouders, ondanks de aanhoudende strijd en verstoorde communicatie tussen de ouders.
De kinderrechter oordeelde dat na vijf jaar ondertoezichtstelling geen ernstige ontwikkelingsbedreiging meer bestaat die niet in het vrijwillig kader kan worden weggenomen. Het voorgestelde parallel solo ouderschap traject heeft volgens de rechter evenveel kans van slagen zonder ondertoezichtstelling, mede gezien de moeizame samenwerking tussen GI en vader. De rechtbank wees het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling af en sprak de hoop uit dat de NIFP-rapportages bijdragen aan vermindering van de ouderlijke strijd in het belang van de kinderen.