Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[gedaagde 1] ,
1..De procedure
- de dagvaarding van 20 juni 2022, met bijlagen 1 tot en met 7;
- de brief van 27 juni 2022 aan de zijde van [gedaagde 1] c.s., met bijlagen 1 tot en met 4;
- de brief van 28 juni 2022 aan de zijde van [gedaagde 1] c.s., met bijlage 5;
- de pleitnota van de gemachtigde van [gedaagde 1] c.s.;
- de zittingsaantekeningen van de gemachtigde van Havensteder.
2..De feiten
(…)Artikel 8
Ik was vandaag samen met mijn collega [persoon C] aan het werk op het [adres 2] in Rotterdam. Dit betreft een leegstaand rijtjeshuis. Mijn bedrijf, [naam bedrijf] , zijn daar bezig om deze woning te renoveren. Vandaag was ik daar ook aan het renoveren.
Ik doe aangifte van bedreiging. De man dreigde mij met een een mes tussen mijn
(…) Uw verhuurder, Havensteder, heeft mij opdracht gegeven om in een kort geding de ontruiming van uw woning te vorderen. Dit vanwege de melding van twee medewerkers van aannemer [naam bedrijf] dat u hen ernstig bedreigd heeft. In deze brief leest u hoe de rechtszaak nog kunt voorkomen. (…)
(…)2. Conclusie
3..De vordering
- [gedaagde 1] c.s. te veroordelen om het gehuurde met onmiddellijke ingang te ontruimen;
- [gedaagde 1] c.s. te veroordelen in de proceskosten;
- het vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4..Het verweer
primairdat ontruiming van het gehuurde echt te ver gaat. Het zou hun beide levens volledig ontwrichten. [gedaagde 2] heeft een zeer kwetsbare gezondheid. De belangrijkste problemen zijn dat ze een hersentumor, een hersenbloeding en een herseninfarct heeft gehad en dat zij nog altijd epilepsie, schildklierproblemen en porfyrie heeft. Daarnaast kan er een acuut tekort aan cortisol optreden, waardoor er (bij ernstige lichamelijke of geestelijke stress) een Addisoncrisis kan ontstaan en dat kan de dood tot gevolg hebben. Voor [gedaagde 2] is het dus letterlijk van levensbelang dat ze voorkomt dat ze stress heeft, maar [gedaagde 2] kreeg juist veel stress van de situatie. Zij heeft daarom besloten om bij haar moeder te gaan wonen en de negen jaar durende relatie met [gedaagde 1] te verbreken. Uit het advies van de Reclassering blijkt dat [gedaagde 1] een beperkte sociaal netwerk heeft, dat hij schulden heeft die hij aan het afbetalen is en dat hij geen stabiele dagbesteding heeft. Verlies van het gebruik van het gehuurde vergroot de kans dat [gedaagde 1] weer in aanraking komt met drugs en dat hij daardoor in de verleiding komt om weer te gaan gebruiken. Daarnaast geeft de Reclassering aan dat het verlies van het gehuurde vermoedelijk een recidive verhogend effect op [gedaagde 1] zal hebben. Voor de maatschappij is het dus ook onwenselijk als [gedaagde 1] c.s. het gehuurde moeten ontruimen. Verder heeft [gedaagde 1] de afgelopen jaren geen enkel strafbaar feit gepleegd en heeft hij geen overlast veroorzaakt. [gedaagde 1] accepteert bovendien hulp en het gehuurde is essentieel om verdere problemen te voorkomen. Gelet op het voorgaande menen [gedaagde 1] c.s. dat de ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure niet zal worden toegewezen, omdat de gevolgen die ontbinding niet rechtvaardigen.