Partijen, voormalige levensgezellen, hebben een geschil over de verdeling van een gezamenlijk aangekochte woning en de financiële afwikkeling daarvan. Eiseres vordert herroeping van een eerder vonnis waarin aan gedaagde een bedrag uit de overwaarde van de woning werd toegekend, stellende dat dit vonnis berust op bedrog of het achterhouden van beslissende stukken door gedaagde.
Eiseres baseert haar vordering op een kadasteronderzoek van 10 maart 2021, waaruit blijkt dat een hypotheek niet op de woning stond ingeschreven zoals door gedaagde was gesteld. Zij vermoedt dat gedaagde onjuiste informatie heeft verstrekt over de aflossing van de overbruggingslening. Gedaagde voert verweer dat de vordering niet tijdig is ingesteld en bestrijdt het bestaan van bedrog.
De rechtbank oordeelt dat de termijn van drie maanden voor het instellen van de herroeping is aangevangen op 10 maart 2021, de datum van het kadasteronderzoek. De dagvaarding van 23 juli 2021 is daarmee te laat ingediend, waardoor eiseres niet ontvankelijk is in haar vordering. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.