Eiseres had een WIA-uitkering op basis van 68,78% arbeidsongeschiktheid. Het UWV voerde een herbeoordeling uit en stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 30,17%, waarna de uitkering werd stopgezet. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat zij meer beperkingen had dan vastgesteld. Zij betwistte de medische beoordeling, vooral vanwege fysieke en psychische klachten en het ontbreken van een spreekuurcontact in bezwaar.
De rechtbank oordeelt dat de verzekeringsarts in bezwaar onvoldoende heeft gemotiveerd waarom is afgezien van een spreekuurcontact, terwijl dit volgens vaste rechtspraak vereist is als de medische grondslag wordt betwist en in de primaire fase geen spreekuurcontact heeft plaatsgevonden. De motivering dat het primaire onderzoek voldoende was, voldoet niet aan de zorgvuldigheidseisen.
Daarom is het medisch onderzoek in bezwaar onzorgvuldig verricht en kan het bestreden besluit niet in stand blijven. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt het UWV op binnen tien weken een nieuw besluit te nemen, waarbij eiseres in beginsel op het spreekuur wordt onderzocht door een verzekeringsarts bezwaar en beroep. Het griffierecht wordt aan eiseres vergoed, maar proceskosten niet.
De overige beroepsgronden worden niet behandeld vanwege het gegrond verklaren van het beroep op dit punt.