ECLI:NL:RBROT:2022:6127
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor tandartskosten wegens passende voorliggende voorziening en ontbreken zeer dringende redenen
Eiser heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor tandartskosten, maar het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees dit af omdat de Zorgverzekeringswet (Zvw) een passende en toereikende voorliggende voorziening is. Een aantal facturen was al betaald en voor de overige kosten was volgens verweerder geen recht op bijzondere bijstand.
Eiser stelde dat er sprake was van een acute noodsituatie en dat de Zvw niet toereikend was omdat zijn gebitsproblemen niet volledig werden vergoed en hij geen aanvullende verzekering kon afsluiten. Ook voerde hij aan dat verweerder ten onrechte de bewijslast bij hem legde en geen medisch adviseur had ingeschakeld.
De rechtbank overwoog dat bijzondere bijstand niet wordt toegekend voor kosten die al zijn betaald bij de aanvraag en dat de Zvw sinds 2006 als passende voorliggende voorziening geldt voor tandartskosten. Voor het aannemen van zeer dringende redenen moet sprake zijn van een acute noodsituatie met levensbedreigende gevolgen, wat niet is gebleken. De bewijslast voor zeer dringende redenen rust op eiser, die onvoldoende concrete gegevens heeft verstrekt.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor tandartskosten wordt ongegrond verklaard vanwege een passende voorliggende voorziening en het ontbreken van zeer dringende redenen.