ECLI:NL:CRVB:2016:4024
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor tandheelkundige behandeling ondanks niet volledige vergoeding aanvullende verzekering
Appellante, een gepensioneerde ouderdomspensioenontvanger, heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de niet door haar aanvullende zorgverzekering vergoede kosten van een tandheelkundige behandeling. Het college van burgemeester en wethouders van Almere wees de aanvraag af omdat de Zorgverzekeringswet als een toereikende en passende voorliggende voorziening geldt. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij financieel niet in staat is de resterende kosten te voldoen, mede door langdurige mantelzorg en het ontbreken van pensioenopbouw. Zij voerde ook lichamelijke en psychische klachten aan als gevolg van de situatie en stelde dat er zeer dringende redenen waren om toch bijzondere bijstand toe te kennen.
De Raad oordeelde dat de Zorgverzekeringswet sinds 2006 de kosten voor tandheelkundige zorg als voorliggende voorziening dekt, ook als niet alle kosten worden vergoed. Artikel 15 van Pro de Participatiewet staat toekenning van bijzondere bijstand in dat geval in de weg. Artikel 16 biedt Pro een uitzondering voor zeer dringende redenen, die een acute noodsituatie vereisen. De Raad vond dat appellante geen acute noodsituatie had aangetoond die levensbedreigend is of blijvend ernstig letsel kan veroorzaken. Ook haar financiële situatie en klachten vormden geen zeer dringende reden.
Daarom bevestigde de Centrale Raad van Beroep het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand wordt bevestigd omdat geen sprake is van zeer dringende redenen.