De rechtbank Rotterdam heeft de verdachte veroordeeld voor mishandeling gepleegd op 23 maart 2022 in Rotterdam, waarbij hij het slachtoffer een knietje gaf. Hoewel het slachtoffer geen zichtbaar letsel had, werd het feit bewezen verklaard op basis van de bekentenis van de verdachte en het ontbreken van tegenbewijs.
De verdachte heeft een uitgebreid strafblad met meerdere veroordelingen, waaronder twee eerdere ISD-maatregelen die niet tot gedragsverandering hebben geleid. De reclassering rapporteerde een hoog recidiverisico en beperkte motivatie van de verdachte om mee te werken aan interventies.
De rechtbank oordeelde dat de ISD-maatregel niet passend is vanwege de geringe kans op succes en de disproportionele aard van een kale opsluiting zonder interventieprogramma. Daarom werd een gevangenisstraf van 94 dagen opgelegd, gelijk aan de duur van het voorarrest.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd afgewezen omdat de strafoplegging zelf voldoende genoegdoening biedt, gezien de beperkte immateriële schade. De verdachte werd veroordeeld in de proceskosten van de benadeelde partij, welke nihil werden begroot.