ECLI:NL:RBROT:2022:6174

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 juli 2022
Publicatiedatum
26 juli 2022
Zaaknummer
10.296616.21
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 282 lid 1 SrArt. 47 lid 1 SrArt. 310 SrArt. 312 lid 1 SrArt. 312 lid 2 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van wederrechtelijke vrijheidsberoving en diefstal met geweld

Op 7 juli 2022 heeft de rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van wederrechtelijke vrijheidsberoving en diefstal met geweld op 19 april 2021 in Rotterdam. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van vijf jaar.

De tenlastelegging betrof het samen met medeverdachten overvallen van twee aangeefsters in hun woning, waarbij geweld en bedreiging met geweld werden gebruikt. De verdachte werd ervan verdacht medepleger te zijn. De belangrijkste aanwijzing tegen verdachte was een verklaring van een getuige die hem aanwees als mededader, maar deze verklaring was een auditu-verklaring en ontbrak eigen waarneming.

De rechtbank oordeelde dat deze verklaring onvoldoende steun vond in andere bewijsmiddelen en dat de overige bewijzen, zoals het gebruik van het rijbewijs van verdachte voor de huur van de auto en verklaringen van medeverdachten, onvoldoende waren om wettig en overtuigend vast te stellen dat verdachte betrokken was bij de overval. De signalementen waren te algemeen en er was geen bewijs van nauwe samenwerking met de overvallers.

Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en hief zij het bevel tot voorlopige hechtenis op. Dit vonnis is gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van wederrechtelijke vrijheidsberoving en diefstal met geweld.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1
Parketnummer: 10.296616.21
Datum uitspraak: 7 juli 2022
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte] [postcode verdachte] [woonplaats verdachte] ,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Dordrecht,
raadsvrouw mr. Ö. Saki, advocaat te Rotterdam.

1..Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 23 juni 2022.

2..Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3..Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. B.M. van Heemst heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van voorarrest.

4..Vrijspraak

Standpunt officier van justitie
De onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten kunnen wettig en overtuigend worden bewezen. Vastgesteld kan worden dat de verdachte op 19 april 2021 tezamen en in vereniging met de medeverdachten [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] de aangeefsters [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] in de woning aan de [adres delict] te Rotterdam met geweld en bedreiging met geweld heeft overvallen en wederrechtelijk van hun vrijheid heeft beroofd.
De verklaring van de verdachte dat hij hierbij niet betrokken was, is ongeloofwaardig. Er is voldoende wettig en overtuigend bewijs dat hij één van de daders was. De medeverdachte [naam medeverdachte 1] heeft verklaard dat de verdachte aanwezig was op de [adres delict] en op basis van de verklaring van de getuige [naam getuige] (destijds de vriendin van de medeverdachte [naam medeverdachte 2] ) kan ook worden vastgesteld dat hij met de medeverdachten de woning is ingegaan en betrokken was bij voornoemde feiten. Ook past hij bij één van de door de aangeefsters opgegeven signalementen.
Beoordeling
De rechtbank is op grond van de bewijsmiddelen niet tot de overtuiging gekomen dat de verdachte de aan hem tenlastegelegde feiten heeft begaan. De enige die de verdachte aanwijst als mededader van de overval is de getuige [naam getuige] , maar dit betreft een zogenoemde ‘de auditu-verklaring’ en is niet gebaseerd op eigen waarneming zodat daaraan slechts een beperkt gewicht wordt toegekend. De verklaring van de getuige [naam getuige] vindt daarbij onvoldoende steun in andere bewijsmiddelen. Weliswaar is komen vast te staan dat het rijbewijs van de verdachte is gebruikt in verband met de huur van de auto die bij de overval betrokken was, en de medeverdachte [naam medeverdachte 1] heeft verklaard dat de verdachte hem met de auto naar de woning heeft gebracht. Volgens de medeverdachte [naam medeverdachte 1] is de verdachte daar echter niet binnen geweest en had zijn bezoek bovendien niets met een overval te maken. Hij is juist degene die is overvallen. De door de aangeefsters opgegeven signalementen zijn te algemeen om op grond daarvan te kunnen concluderen dat de verdachte een van de overvallers is geweest. Naar het oordeel van de rechtbank kan dan ook niet worden vastgesteld dat de verdachte in de woning is geweest waar de overval heeft plaatsgevonden, terwijl ook overigens niet is gebleken van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de overvallers.
Conclusie
Het onder 1 en 2 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

5..Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

6..Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van heden.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Franken, voorzitter,
en mrs. J.C. Tijink en I. Raterman, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. J.R. de Graaf en A.K. van Zanten, griffiers,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 7 juli 2022.
De oudste rechter, de jongste rechter en de griffier mr. J.R. de Graaf zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1.
hij op of omstreeks 19 april 2021 te Rotterdam
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
opzettelijk
[naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2]
wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden,
door
- die [naam slachtoffer 1] op/tegen het gezicht en/of het hoofd te slaan en/of
- de handen/polsen van die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] aan elkaar (op haar/hun rug) vast te
binden met tape en/of
- de mond van die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] af te plakken met tape en/of
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [naam slachtoffer 1]
en/of [naam slachtoffer 2] te richten en/of gericht te houden en/of
- meermalen, althans eenmaal, die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] de woorden toe te voegen:
"Waar is het geld, geef ons alles dat je hebt" en/of "We nemen jullie mee in de
auto", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;
(art 282 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
2.
hij op of omstreeks 19 april 2021 te Rotterdam
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een paspoort, identiteitskaart, geldbedrag, ring, sleutels, een of meer telefoons
en/of een of meer creditcards, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan
[naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn
mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld
en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 1] en/of
[naam slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te
maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan
het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te
verzekeren, door
- die [naam slachtoffer 1] op/tegen het gezicht en/of het hoofd te slaan en/of
- de handen/polsen van die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] aan elkaar (op haar/hun rug) vast te
binden met tape en/of
- de mond van die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] af te plakken met tape en/of
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [naam slachtoffer 1]
en/of [naam slachtoffer 2] te richten en/of gericht te houden en/of
- meermalen, althans eenmaal, die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] de woorden toe te voegen:
"Waar is het geld, geef ons alles dat je hebt" en/of "We nemen jullie mee in de
auto", althans woorden van gelijke aard en/of strekkin;
(art 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 312 lid Pro 2
ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht)