ECLI:NL:RBROT:2022:6477

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 juli 2022
Publicatiedatum
3 augustus 2022
Zaaknummer
C/10/639838 / JE RK 22-1390
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:265c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarige in netwerkpleeggezin

De kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam heeft op 26 juli 2022 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2007, bij haar broer en schoonzus. De ondertoezichtstelling was reeds verlengd tot 9 augustus 2022 en de uithuisplaatsing was verleend met ingang van 15 februari 2022 tot dezelfde datum.

De gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering verzocht om verlenging van beide maatregelen voor de duur van een jaar. De minderjarige verblijft sinds februari 2022 bij haar broer en schoonzus, waar zij na een moeizame start inmiddels goed functioneert. Zij gaat weer naar school, heeft een bijbaantje en is gestart met sportactiviteiten. De broer en schoonzus zijn goedgekeurd als pleeggezin door de Raad, maar afgekeurd door Timon vanwege een incident waarbij de broer de minderjarige heeft geslagen. Desondanks acht de GI het verblijf in het netwerk het beste voor de minderjarige en wordt een nieuwe screening aangevraagd.

De moeder stemt in met de verlenging en erkent dat de structuur en regels bij het netwerkgezin positief zijn voor de ontwikkeling van haar kind. De minderjarige zelf is wisselend in haar perspectiefwens en mist haar moeder, maar de kinderrechter acht het belang van stabiliteit en continuïteit in de zorg zwaarder. Hulpverlening via de POH GGZ is aangevraagd en zal binnenkort starten.

De kinderrechter concludeert dat de wettelijke criteria van artikel 1:255 en Pro 1:265c BW zijn vervuld en verlengt daarom de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing tot 9 augustus 2023. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het contact tussen moeder en kind dient te worden onderhouden.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de minderjarige worden verlengd tot 9 augustus 2023.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/639838 / JE RK 22-1390
datum uitspraak: 26 juli 2022

beschikking verlenging ondertoezichtstelling en verlenging uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,
betreffende

[naam kind],

geboren op [geboortedatum kind] 2007 te [geboorteplaats kind], hierna te noemen [naam kind].
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder],

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder].
De kinderrechter merkt als informant aan:

[naam broer] en [naam schoonzus],

hierna te noemen de broer en de schoonzus, wonende te [woonplaats].

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 13 juni 2022, ingekomen bij de griffie op 15 juni 2022.
Op 26 juli 2022 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- [naam kind], die voorafgaand aan de zitting apart is gehoord,
- de moeder,
- de broer,
- de schoonzus,
- een vertegenwoordigster van de GI, [naam].

De feitenHet ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder.

[naam kind] verblijft bij haar broer en schoonzus.
Bij beschikking van 29 juli 2021 is de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengd tot 9 augustus 2022.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 15 februari 2022 een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in het netwerk, te weten bij haar broer [naam broer] en zijn vriendin [naam schoonzus] verleend met ingang van 15 februari 2022 tot 9 augustus 2022.

Het verzoek

De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [naam kind] te verlengen voor de duur van een jaar. Tevens heeft de GI verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een pleeggezin te verlengen voor de duur van een jaar.
De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht.
[naam kind] verblijft bij haar broer en schoonzus. Na een wat moeizame start bij hen, gaat het nu beter met [naam kind]. Zij gaat weer naar school, heeft een baantje en is gaan sporten. De Raad heeft het gezin goedgekeurd als pleeggezin, maar Timon heeft het gezin afgekeurd, omdat de broer [naam kind] geslagen heeft. Omdat de GI denkt dat het voor [naam kind] toch het beste is om in het netwerk te blijven, zal een nieuwe screening bij Enver worden aangevraagd.
[naam kind] heeft een goed contact met de moeder. [naam kind] is wisselend in haar perspectiefwens. Zij zit momenteel in een lastige periode. Zij is daarom aangemeld voor hulp van de Praktijondersteuner GGZ van de huisarts (hierna de POH GGZ). Hopelijk kan binnenkort ook hulp van pleegzorg worden ingezet.
Zodra de situatie verder is gestabiliseerd, zal gekeken worden of en welke onderzoeken en verdere hulpverlening [naam kind] nodig heeft.

De standpunten

De moeder is het eens met het verzoek. Hoewel zij [naam kind] heel erg mist, ziet zij in dat het voor haar beter is als zij bij haar broer en schoonzus blijft wonen. [naam kind] heeft de regels en structuur die de broer en schoonzus bieden nodig. De moeder ziet dat het daardoor inmiddels beter met [naam kind] gaat. En het is fijn dat [naam kind] nog in de buurt woont, zodat ze een goed contact met haar kan houden.
De broer en schoonzus hebben verklaard de komende tijd voor [naam kind] te willen blijven zorgen. Toen [naam kind] net bij hen was geplaatst, had zij duidelijk moeite met de regels en de structuur die binnen het gezin gelden. Zij moest daaraan erg wennen. Inmiddels gaat het veel beter met [naam kind]. De schoonzus probeert [naam kind] te stimuleren in het praten over wat haar bezig houdt en hoe ze zich voelt.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat er sprake is van een prille positieve ontwikkeling.
[naam kind] verblijft sinds februari 2022 bij haar broer en schoonzus. De plaatsing in hun gezin verliep aanvankelijk stroef. [naam kind] moest erg wennen aan de regels en structuur in het gezin. Inmiddels gaat het zichtbaar beter met [naam kind]. De afgelopen maanden is gebleken dat [naam kind] baat heeft bij de structuur en (strengere) regels die haar geboden worden. [naam kind] gaat weer naar school. Ook is zij recent gestart met een bijbaantje en is zij gaan sporten.
Ondanks de positieve ontwikkeling is het belangrijk dat de GI betrokken blijft om het welzijn van [naam kind] en het verloop de plaatsing bij de broer en schoonzus te volgen. Daarbij neemt de kinderrechter in aanmerking dat [naam kind] een belast verleden heeft en een onrustig jaar achter de rug heeft. Ook is [naam kind] wisselend in wat ze wil. De ene keer geeft ze aan liever bij haar moeder te willen wonen, de andere keer zegt ze bij haar broer en schoonzus te willen blijven. Het is daarom van belang dat bekeken wordt welke individuele hulpverlening [naam kind] nodig heeft om met het verleden en de huidige situatie om te gaan. De GI heeft haar recent aangemeld voor hulp van de POH GGZ. Deze hulp moet echter nog starten.
Daarnaast is het van belang dat er alsnog een positieve screening van de broer en schoonzus als pleeggezin plaatsvindt, zodat pleegzorg kan worden ingezet en de broer en schoonzus ondersteuning bij de opvoeding van [naam kind] kunnen krijgen.
Nu het verblijf van [naam kind] bij de broer en schoonzus inmiddels goed verloopt en [naam kind] baat heeft bij de door hen geboden structuur en regels, is de kinderrechter van oordeel dat het voortzetten van het verblijf van [naam kind] bij hen vooralsnog het meest in het belang van haar ontwikkeling is. De moeder kan haar vanwege haar gezondheid niet bieden wat zij nodig heeft. [naam kind] hoeft zich bij de broer en schoonzus minder zorgen te maken over de gezondheid van haar moeder en kan daardoor meer kind zijn en zich beter ontwikkelen.
Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengen voor de duur van een jaar. Ook is de verlenging van de uithuisplaatsing van [naam kind] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, BW).
Nu [naam kind] een wisselende mening heeft over het verblijf bij haar broer en schoonzus, omdat zij haar moeder mist, verwacht de kinderrechter van de moeder dat zij de plaatsing naar [naam kind] toe duidelijk ondersteunt en van de broer en schoonzus dat zij [naam kind] zo goed mogelijk begeleiden in deze voor haar moeilijke situatie. Voorts acht de kinderrechter het van belang dat het goede contact tussen de moeder en [naam kind] blijft bestaan.

De beslissing

De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [naam kind] tot 9 augustus 2023;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een netwerkpleeggezin, te weten bij de broer en schoonzus, tot 9 augustus 2023;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2022 door mr. G.M. Paling, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.C.J. Holierhoek als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 28 juli 2022.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.