ECLI:NL:RBROT:2022:6939
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek faillietverklaring wegens ontbreken baten en werknemersbelangen
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid heeft op eigen aangifte een verzoek tot faillietverklaring ingediend bij de Rechtbank Rotterdam. De rechtbank heeft de bestuurder gehoord en de ingediende stukken beoordeeld.
Hoewel is vastgesteld dat de onderneming is gestopt met betalen en daarmee formeel aan de faillissementsvereisten voldoet, is vastgesteld dat er geen baten, debiteuren, onroerende zaken, bedrijfspand of personeel aanwezig zijn. De bedrijfsactiviteiten zijn al langere tijd gestaakt en er is geen te executeren vermogen.
Gezien het ontbreken van baten en het ontbreken van belangen van derden zoals werknemers, is het niet aannemelijk dat een curator het faillissement zal voortzetten. De rechtbank overweegt dat ontbinding via artikel 2:19 BW Pro en turboliquidatie via de Kamer van Koophandel meer voor de hand liggen.
Daarom is het verzoek tot faillietverklaring niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang, conform artikel 3:303 BW Pro. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen acht dagen.
Uitkomst: Verzoek tot faillietverklaring op eigen aangifte is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van baten en werknemersbelangen.