Eiser beschikte over een bewonersparkeervergunning gekoppeld aan zijn eigen auto, maar vanwege reparatie was tijdelijk een leenauto met een ander kenteken gekoppeld. Na terugkeer van zijn eigen auto werden naheffingsaanslagen opgelegd voor parkeren zonder betaling op het oude kenteken, terwijl het tijdelijke kenteken actief was.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet voldeed aan de voorwaarde dat het kenteken van de geparkeerde auto als actief geregistreerd moet zijn om van de parkeervergunning gebruik te maken. Hierdoor waren de naheffingsaanslagen terecht opgelegd voor het eigen kenteken. Wel was er sprake van een late verzending van de eerste naheffing, waardoor eiser pas 22 dagen na de eerste overtreding op de hoogte kwam.
De rechtbank oordeelde dat het evenredigheidsbeginsel vereist dat naheffingsaanslagen als één reactie op één fout worden beschouwd en dat de late kennisgeving onzorgvuldig was. Daarom werden twee van de drie naheffingsaanslagen vernietigd. Het beroep tegen de eerste naheffing werd ongegrond verklaard, de andere twee beroepen gegrond.
Verweerder wordt opgedragen het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden. De uitspraak benadrukt dat naheffingsaanslagen een belastingherstelmaatregel zijn, waarbij schuld of opzet niet vereist zijn, maar evenredigheid wel in acht moet worden genomen.