Uitspraak
, [naam] , [naam] en [naam] namens [Uitvoeringsorganisatie] , de gemachtigden van de NZa en mr. L. Peeters namens NVOS.
- het op 11 en/of 18 juli 2019 wijzigen van het zorginkoopbeleid en de procedure van de inkoop van mondzorg zonder deze wijziging tijdig en gemotiveerd bekend te maken op dezelfde wijze waarop de oorspronkelijke bekendmaking van deze informatie heeft plaatsgevonden;
- het op 15 en 16 juli 2019 wijzigen van het zorginkoopbeleid en de procedure van de inkoop van respectievelijk orthesen en beenprothesen (hulpmiddelen) zonder deze wijziging tijdig en gemotiveerd bekend te maken op dezelfde wijze waarop de oorspronkelijke bekendmaking van deze informatie heeft plaatsgevonden;
- het op 16, 17 en/of 21 oktober 2019 wijzigen van het zorginkoopbeleid en de procedure van de inkoop van farmaceutische zorg zonder deze wijziging tijdig en gemotiveerd bekend te maken op dezelfde wijze waarop de oorspronkelijke bekendmaking van deze informatie heeft plaatsgevonden.
- mondzorg: een beperkte wijziging van een termijn voor de publicatie van conceptovereenkomsten, waarvan publicatie in het geheel niet vereist is op grond van de Regeling maar slechts bedoeld was om zorgaanbieders in de gelegenheid te stellen te reageren op de conceptovereenkomsten;
- hulpmiddelen: het verlengen van een termijn in het voordeel van de zorgaanbieders van vier naar circa elf weken in verband met de zomerperiode, waarbij het de zorgaanbieders volledig vrij stond de overeenkomst alsnog binnen de initiële termijn van vier weken te retourneren;
- farmaceutische zorg: het herstellen van een fout ten aanzien van het door [Uitvoeringsorganisatie] aangeboden tarief in de bijlage bij een beperkt aantal overeenkomsten en het in verband daarmee verlengen van de tekentermijn voor die aanbieders die deze wijziging betrof.
Deze wijzigingen zouden volgens [Uitvoeringsorganisatie] niet, althans niet zo onevenredig, gesanctioneerd moeten worden.
Die bepaling kan niet los worden gezien van artikel 4 van Pro de Regeling. Dit betekent dat wanneer de zorgaanbieder het zorginkoopbeleid en de procedure van de zorginkoop heeft bekend gemaakt met inachtneming van artikel 4, hij vervolgens iedere wijziging in het zorginkoopbeleid of de procedure van de zorginkoop op dezelfde wijze bekend zal moeten maken. Voorts zal hij iedere voornoemde wijziging die plaatsvindt na 1 april van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar of de kalenderjaren waarvoor de zorginkoop zal plaatsvinden, moeten motiveren in zijn bekendmaking. Gelet op de hoofdregel van bekendmaking in het voorgaande jaar op uiterlijk 1 april, moet artikel 7, dat daarop een uitzondering maakt doordat het wijzigingen nadien mogelijk maakt, niet restrictiever worden geïnterpreteerd dan artikel 4. Die uitleg is in overeenstemming met de tekst van deze bepalingen en daarom niet in strijd met het lex certa-gebod. Evenmin kan [Uitvoeringsorganisatie] een beroep doen op de toelichting bij artikel 7 van Pro de Regeling. Daarin is immers vermeld dat dit artikel de zorgverzekeraar de ruimte geeft om de informatie als bedoeld in artikel 4, te wijzigen en dat de zorgverzekeraar de wijziging dient te motiveren en tijdig bekend te maken. De zeer beperkte interpretatie die [Uitvoeringsorganisatie] geeft aan artikel 7, namelijk dat alleen voldaan behoeft te worden aan die bepaling als er sprake is van een materiële én een procedurele wijziging, is daarentegen niet te rijmen met de tekst en de strekking van die bepaling. Bovendien zou die interpretatie ertoe leiden dat als er alleen een materiële wijziging van het zorginkoopbeleid plaatsvindt, niet voldaan behoeft te worden aan
artikel 7. Vanzelfsprekend zou dat in strijd zijn met doel en strekking van artikel 7.
NVOS heeft er in dit verband nog op gewezen dat zorgaanbieders met meerdere verzekeraars moeten onderhandelen, zodat de kenbaarheid van wijzigingen in termijnen voor hen van groot belang is.
Dit standpunt druist in tegen de tekst en strekking van de artikelen 4 en 7 van de Regeling.
Dat een uitstel van een reactietermijn inzake het ondertekenen van de overeenkomsten voor inkoop van hulpmiddelen voor zorgaanbieders in hun voordeel is, maakt evenmin dat artikel 7 van Pro de Regeling toepassing mist. De vraag of een wijziging gunstig voor de zorgaanbieders is of niet, behoeft niet beantwoord te worden in het kader van artikel 7 nu Pro dat van toepassing is op alle wijzigingen. Ten aanzien van de farmaceutische zorg geldt evenzeer dat het [Uitvoeringsorganisatie] weliswaar vrijstond om termijnen te verlengen, maar ook daarvoor gold dat zij die gelet op artikel 7 van Pro de Regeling gemotiveerd bekend diende te maken op de website. Zij kon niet volstaan met berichtgeving aan individuele apothekers.
€ 20.000.
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarin de in het primaire besluit opgenomen boetebedragen zijn gehandhaafd;
- herroept het primaire besluit voor zover het de boetehoogte betreft;
- bepaalt dat eiseressen elk een bestuurlijke boete aan de NZa dienen te voldoen van
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit voor zover dat is vernietigd;
- bepaalt dat de NZa aan [Uitvoeringsorganisatie] het betaalde griffierecht van € 360 vergoedt;
- veroordeelt de NZa in de proceskosten van [Uitvoeringsorganisatie] tot een bedrag van € 3.141.
4.Algemene bepalingen
5.Systematiek boetetoemeting
6.De waardering van de overtreding in abstracto (boetegrondslag)
Zeer zware overtredingen, d.w.z. overtredingen van bepalingen die rechtstreeks afbreuk doen aan de kernwaarden van de Wmg/Zvw en/of een overtreding zijn van een wet in formele zin (geen lagere regelgeving van de NZa) en/of strafbaar zijn op grond van de WED.
Zware overtredingen, d.w.z. overtredingen van bepalingen die indirect raken aan de kernwaarden van de Wmg/Zvw, en beschouwd kunnen worden als een tussencategorie “zwaar”.
Minder zware overtredingend.w.z. overtredingen van bepalingen die indirect raken aan de kernwaarden van de Wmg/Zvw (ondersteunende bepalingen voor de kernwaarden in de Wmg/Zvw).