ECLI:NL:RBROT:2022:7254
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling uitschrijving uit Basisregistratie Personen wegens onvindbaarheid verblijfplaats
Eiseres en haar minderjarige kinderen werden door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen (BRP) omdat er geen feitelijke verblijfplaats kon worden vastgesteld. Na meldingen van een woningcorporatie over leegstand en meerdere onaangekondigde huisbezoeken waarbij niemand werd aangetroffen, startte de gemeente een adresonderzoek. Ondanks verklaringen van eiseres dat zij in de woning woonde, kon zij dit niet met voldoende bewijs onderbouwen.
De rechtbank oordeelt dat het adresonderzoek zorgvuldig en gedegen is uitgevoerd, conform de richtlijnen van de Circulaire Adresonderzoek BRP. De gemeente heeft meerdere bronnen geraadpleegd en huisbezoeken afgelegd. De rechtbank stelt dat het feit dat eiseres post ontving op het adres en contact had met de gemeente niet voldoende is om feitelijke bewoning aan te tonen.
Verder is geoordeeld dat de uitschrijving per 2 december 2019 voor eiseres en per 10 januari 2020 voor haar kinderen rechtsgeldig is, omdat het voornemen tot uitschrijving tijdig is bekendgemaakt. Het verzoek van eiseres om een briefadres toe te kennen wordt afgewezen omdat zij een woonadres stelt te hebben en een briefadres alleen kan worden geregistreerd als een woonadres ontbreekt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter S. Veling op 25 juli 2022.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de uitschrijving uit de BRP.