ECLI:NL:RVS:2019:1036
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.M. Wissels
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vertrek uit basisregistratie personen na gedegen adresonderzoek
Het college van burgemeester en wethouders van Almere heeft ambtshalve het vertrek van appellant en haar minderjarige kinderen per 7 april 2016 uit de basisregistratie personen (BRP) opgenomen. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en bepaalde dat zij en haar kinderen in de BRP geregistreerd moesten blijven op het adres in Almere.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl appellant incidenteel hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college een gedegen adresonderzoek had uitgevoerd conform het protocol, waarbij onder meer huisbezoeken plaatsvonden en verklaringen werden verzameld waaruit bleek dat appellant en haar kinderen niet op het adres verbleven. De door appellant overgelegde bewijsstukken boden onvoldoende tegenbewijs.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep van het college gegrond en het incidenteel hoger beroep van appellant ongegrond. Het beroep tegen het besluit van het college werd alsnog ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college is gegrond verklaard en het beroep tegen het besluit van het college ongegrond verklaard.