ECLI:NL:RBROT:2022:7284

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 augustus 2022
Publicatiedatum
30 augustus 2022
Zaaknummer
ROT 21/5750
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:13 AwbArt. 3:15 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen verkeersbesluit niet-ontvankelijk wegens ontbreken zienswijze

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een verkeersbesluit van 21 september 2021 van het waterschap Hollandse Delta. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 26 augustus 2022 en direct mondeling uitspraak gedaan.

De kern van het geschil is de ontvankelijkheid van het beroep. Verweerder stelt dat eiseres geen zienswijze heeft ingediend over het ontwerp-verkeersbesluit, wat op grond van artikel 6:13 Awb Pro vereist is. Eiseres verweert zich met een beroep op het Verdrag van Aarhus en een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die de toegang tot de rechter verruimt bij besluiten die met een uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure zijn genomen.

De rechtbank stelt vast dat het bestreden verkeersbesluit inderdaad met een uniforme openbare voorbereidingsprocedure is genomen, maar dat het geen besluit is op grond van het nationale omgevingsrecht. Daarom is artikel 6:13 Awb Pro wel van toepassing en moet eiseres een zienswijze hebben ingediend. Het enkele e-mailbericht van 11 december 2020 waarin eiseres haar zorgen uitte, betreft niet het ontwerp-verkeersbesluit en kan niet als zienswijze worden aangemerkt. Omdat eiseres geen zienswijze heeft ingediend en dit haar redelijkerwijs kan worden verweten, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending.

Uitkomst: Het beroep tegen het verkeersbesluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een zienswijze.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 21/5750
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 augustus 2022 in de zaak tussen

[naam eiseres], te [woonplaats eiseres], eiseres,

gemachtigde: mr. J. Geelhoed,
en

de dijkgraaf en heemraden van het waterschap Hollandse Delta, verweerder,

gemachtigden: mr. S.J. de Haan en M.J. van Galen.

Procesverloop

Bij besluit van 21 september 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder een verkeersbesluit genomen.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 26 augustus 2022 op zitting behandeld. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde, vergezeld door [naam], bestuurder van eiseres. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.
Na de sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden van de beslissing luiden als volgt.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. Verweerder betwist de ontvankelijkheid van eiseres omdat eiseres geen zienswijze naar voren heeft gebracht over het ontwerp-verkeersbesluit.
2. Eiseres voert onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 14 april 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:786) daartegen aan dat voor belanghebbenden voor alle besluiten in het omgevingsrecht die met een uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure zijn voorbereid, de toegang tot de rechter op grond van het Verdrag van Aarhus is verruimd en dat in dit geval sprake is van zo’n besluit.
3. De rechtbank stelt vast dat het door eiseres bestreden verkeersbesluit is genomen met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure.
4. Op grond van artikel 6:13 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan geen beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijze als bedoeld in artikel 3:15 naar Pro voren heeft gebracht.
5. Het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) heeft zich uitgesproken over de toegang tot de rechter op grond van het Verdrag van Aarhus (arrest van 14 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:7). Dit Verdrag ziet op milieukwesties. De Afdeling heeft in de door eiseres aangehaalde uitspraak de lijn van het Hof verbreed en bepaald dat in alle gevallen waarin in omgevingsrechtelijke zaken de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure is toegepast, artikel 6:13 van Pro de Awb niet wordt tegengeworpen aan belanghebbenden. Deze verruiming van de toegang tot de rechter op grond van het Verdrag van Aarhus is uitsluitend van toepassing op besluiten genomen op grond van het nationale omgevingsrecht.
6. De rechtbank stelt vast dat het door eiseres bestreden verkeersbesluit geen besluit is op grond van het nationale omgevingsrecht, zodat de eis van artikel 6:13 van Pro de Awb onverkort op eiseres van toepassing is. Vaststaat dat eiseres geen zienswijze heeft ingediend over het ontwerp-verkeersbesluit. Het emailbericht van 11 december 2020 van eiseres aan verweerder waarin eiseres haar zorgen uit over de plannen van verweerder, kan niet als zodanig worden aangemerkt omdat dit geen betrekking heeft op het uiteindelijk door verweerder genomen ontwerp-verkeersbesluit. Nu niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan eiseres redelijkerwijs niet kan worden verweten geen zienswijze te hebben ingediend, is het beroep van eiseres tegen het verkeersbesluit niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is op 26 augustus 2022 in het openbaar gedaan door mr. G.A. Bouter-Rijksen, rechter, in aanwezigheid van mr. N.S.J. Letschert, griffier.
De griffier is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen
griffier rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.