Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek ter terechtzitting
15 augustus 2022.
2..Vonnis strafzaak
3..Vordering
€ 52.349,60.
4..Ontvankelijkheid officier van justitie
niet-ontvankelijk te worden verklaard in de ontnemingsvordering.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde op 29 augustus 2022 een zaak waarin de officier van justitie een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel had ingesteld. Deze vordering was gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, met een maximumbedrag van €52.349,60. De verdachte was echter in de hoofdzaak vrijgesproken van diefstal met braak in vereniging.
De verdediging stelde dat de ontnemingsvordering niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege het ontbreken van een veroordeling wegens een strafbaar feit. De officier van justitie betoogde dat de vordering wel toewijsbaar was. De rechtbank verwees naar de jurisprudentie van de Hoge Raad, waarin is bepaald dat het ontbreken van een veroordeling de ontvankelijkheid van een ontnemingsvordering in de weg staat.
Op grond hiervan oordeelde de rechtbank dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard in de ontnemingsvordering. De rechtbank wees de vordering af en bevestigde daarmee het belang van een veroordeling als voorwaarde voor ontvankelijkheid in ontnemingszaken.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens het ontbreken van een veroordeling.