Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 25 januari 2022, met bijlagen;
- de e-mail van 8 februari 2022 aan de zijde van [gedaagde01] , inhoudende een aanhoudingsverzoek;
- de e-mail van 21 februari 2022 aan de zijde van [gedaagde01] , inhoudende een aanhoudingsverzoek;
- de e-mail van 6 april 2022 aan de zijde van [gedaagde01] , inhoudende een aanhoudingsverzoek;
- de aantekeningen van het mondelinge verweer van [gedaagde01] op de rolzitting van 7 april 2022, inhoudende een aanhoudingsverzoek;
- de e-mail van 31 mei 2022 aan de zijde van [gedaagde01] , inhoudende een aanhoudingsverzoek;
- de aantekeningen van het mondelinge verweer van [gedaagde01] op de rolzitting van 2 juni 2022, met bijlagen;
- de e-mail van 18 augustus 2022 om 15:53 uur aan de zijde van [gedaagde01] , met bijlagen;
- de e-mail van 18 augustus 2022 om 17:07 uur aan de zijde van [gedaagde01] ;
- de akte uitlaten specificatie aan de zijde van Van der Vorm, met een productie.
2..De feiten
3..Het geschil
- [gedaagde01] te veroordelen aan haar te betalen € 4.373,58 met rente;
- [gedaagde01] te veroordelen in de proceskosten;
- het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.