ECLI:NL:RBROT:2022:7527
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op Wob-verzoek over coronamaatregelen
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op zijn Wob-verzoek van 19 juli 2021. De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep kennelijk gegrond.
Verweerder licht toe dat vanwege de omvang van circa 279 Wob-verzoeken over corona met miljoenen documenten een gefaseerde aanpak via deelbesluiten is gekozen, waarbij een programmadirectie van honderd juristen is ingezet. Eiser betwist de bijzondere omstandigheden en vindt de termijn te lang, mede omdat zijn verzoek beperkt is tot de mondkapjesplicht.
De rechtbank oordeelt dat ondanks de bijzondere omstandigheden voortvarendheid vereist is en stelt dat verweerder deelbesluiten sneller moet nemen dan voorgesteld. Verweerder moet uiterlijk 31 oktober 2022 volledig beslissen en betaalt een dwangsom van €100 per dag overschrijding tot maximaal €15.000. Tevens wordt het griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en stelt een termijn tot uiterlijk 31 oktober 2022 voor het volledig beslissen op het Wob-verzoek met oplegging van een dwangsom.